Nederlandse Seinen H0
Nederlandse seinen, uniek van Mafen
Het in 1955 ingevoerde Nederlandse seinstelsel is gebasseerd op lichtseinen met een zeer duidelijk afleesbaarheid: doorgaans wordt één kleur getoond (rood, geel of groen) en wanneer nodig wordt snelheidsinformatie weegegeven met een cijferbak (in tientallen km/u).
Het is snelheidsseinstelsel met hoofdseinen en voorseinen om de aanwijzing van het volgende sein vooraf aan te kondigen. Daarnaast bestaan er lagere seinen, dwergseinen, voor bewegingen met lage snelheid, typsich in stationsomgevingen en bij rangeer bewegingen. Met kleine evoluties is dit principe decennialang de basis gebleven van de seinvoering in Nederland.
Het hoofdsein
Ze worden geplaatst om het controlepunt voor de treinloop aan te geven: op de vrije baan beveiligen ze de inrit van een blok, in stationsgebieden regelen ze in- en uitrijwegen en passages door de wisselstraat. De meest typische uitvoering is het hoge hoofdsein met drie lichten (rood/geel/groen) en in de regel staat het rechts van het spoor waarop het van toepassing is, of erboven aan een portaal/arm.
Alleen in voorziene gevallen staat het links (bijvoorbeel voor het linkerspoor op dubbelspoor of door lokale omstandigheden, en bij bij mogelijke verwarring geef een pijl aan voor welk spoor het sein geldt.
Het hoofdsein - dubbel geel
Voorseinbeeld met 'voorzicht vooruit': het NS-systeem (1955) gebruikt dubbel geel om aan te geven dat je de snelheid tijdig moet verminderen, doorgaans tot ongeveer de helft van de dienstregelingssnelheid, zodat je eerder begint met afremmen dan bij enkel geel.
Het wordt toegepast wanneer de situatie verderop een mogelijk stop voorbereidt en de opvolging of afstand tussen seinen vraagt om extra remwegmarge.
Het hoofdsein met snelheidsindicator
Variant van het hoofdsein met 'cijferbak' om de toegestane snelheid voor de rijweg aan te geven, typisch bij stationsinritten en in wisselstraten.
Het voorsein
Een voorsein staat voor het hoofdsein en kondigt de stand van het volgende controlepunt vooraf aan, zodat je de rijwijze tijdig kunt aanpassen.
Op de vrije baan staat het doorgaans op remwegafstand van het volgende punt, en in de aanloop naar stations of wisselstraten helpt het om je voor te bereiden op een mogelijk stop of een voorzichtiger doortocht.
Meestal toont het 'vrij' of 'waarschuwing' (groen/geel) en het kan op verschillende manieren worden geplaatst (paal naast het spoor, portaal of uithangconstructie) om de zichtbaarheid te optimaliseren afhankelijk van de situatie en het spoor waarop het van toepassing is.
Het voorsein met snelheidsindicator
Voorsein dat de aanwijzing van het volgende controlepunt vooraf aankondigt en, wanneer van toepassing, de verwachte snelheid toevoegt via een cijferbak. Typisch in de aanloop naar stations en in wisselstraten, zodat je de rijwijze tijdig en duidelijk kunt voorbereiden.
Het dwergsein
Binnen het in 195 ingevoerde seinstelsel wordt het dwergsein gebruikt als hoofdsein voor lage snelheden om bewegingen in complexe stationsomgevingen te regelen. Zoals in; wisselstraten, togang tot perronsporen, kruisende routes en plaatsen waar te weinig ruimte is voor een hoog sein.
De functie van het dwergwein is een duidelijke opdracht te geven: stoppen of doorrijden, doorgaans gekopppeld aan een gecontrolleerde voortbeweging met beperkte snelheid (meestal 40 km/u) binnen het stationsgebied.
Daarmee past het in de filosofie van het systeem: de treinloop sturen met eenvoudige, herhaalbare seinbeelden op veel voorkomende controlepunten.
-
- Tijdelijk niet leverbaar
-
- Tijdelijk niet leverbaar
-
- Tijdelijk niet leverbaar
-
- Tijdelijk niet leverbaar
-
- Tijdelijk niet leverbaar
- 24
- 48
- 72
- 96
- 120
- 144
- 168


















